Ik groeide op in een omgeving waarin hard werken vanzelfsprekend was. Maar hoe harder ik werkte, hoe onrustiger en ongelukkiger ik werd. Ik hield die vicieuze cirkel zelf in stand en verloor gaandeweg het contact met mezelf.
Toen ik twintig was, bepaalde mijn uiterlijk mijn waarde. Op mijn vijfentwintigste was dat mijn opleidingsniveau. En rond mijn achtentwintigste mijn omzet.
Ik ben een strevertje. Ik kan keihard werken – een kracht, maar tegelijk ook mijn valkuil. Lange tijd worstelde ik met de vraag: wanneer is goed, goed genoeg?
Dat veranderde toen ik in aanraking kwam met de kennis waar ik nu anderen mee help. Ik leerde mijn zwaktes zien als talenten, mijn gevoel van ‘anders zijn’ als een persoonlijke routekaart en mijn uitdagingen als richtinggevers in plaats van obstakels.
Een van mijn drijfveren is dan ook om bij te dragen aan een verschuiving van een prestatiemaatschappij naar een ontwikkelmaatschappij.
Grip op je werk & leven